Ik bel je zo maar even op
Gordon
In de jaren negentig van de vorige eeuw werkte ik in een bibliotheek
waar regelmatig mensen boeken terugbrachten over de tocht naar Santiago de
Compostela. Dat wilde ik ook nog wel eens doen.
In 1997 overleed mijn moeder. Ze had aan het eind van
haar leven het idee dat ze er niet had uitgehaald wat erin zat. Ze kon goed
leren, maar ze had de mulo niet afgemaakt. Ze was muzikaal, maar ze had geen
instrument leren bespelen.
Voor mij was het
een oogopener. Ik dacht: straks ben ik zo oud en denk ik, ooit wilde ik naar
Santiago gaan, maar ik ben nooit van huis vertrokken.
Twee jaar later vertrok ik. Mijn vader – nog niet zo lang
weduwnaar vond het niet zo leuk dat zijn enige zoon zo’n lange reis ging maken.
Om hem gerust te stellen kocht ik een mobiele telefoon – destijds een nouveauté.
Dan konden we af en toe eens bellen.
Al snel begreep ik dat hij verwachtte dat ik elke dag zou
bellen. Ik moest me hier wel even overheen zetten. Je ging niet de wijde wereld
in om elke dag met je vader te bellen. Maar ik begreep ook dat er een tijd zou
komen dat ik zou denken: kon ik hem nog maar elke dag bellen.
Twee jaar later kwam die tijd. Bij het leegruimen van
zijn flat vond ik een enveloppe waarop stond: vertrek Goede Vrijdag 2 april.
Ik zag in het priegelige handschrift van mijn vader een
heel dagboek dat hij op basis van onze telefoongesprekken had gemaakt.
Ik was hierdoor zo ontroerd dat ik tegen mijn vriendin
Annemieke zei: ‘Als het weer Goede Vrijdag is, vertrek ik wee op pelgrimage,
maar nu ter nagedachtenis aan mijn vader.
Sindsdien ben ik verslaafd aan het pelgrimeren.
Maandag 7 maart a.s. vertrek ik weer.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten